Naar boven ^^^

U leest: Historisch Nieuwsblad 25 jaar na de mijnstaking

Correspondent in Londen

Historisch Nieuwsblad 25 jaar na de mijnstaking

maart 2009

Groot-Brittannië blikt terug op de grote mijnwerkersstaking van 1984-1985. De mijnen waren een stuk meer rendabel dan toen werd gedacht. Een nieuw boek onthult bovendien dat er bijna een akkoord was bereikt tegen het eind van de jaarlange staking en dat het begin ervan beruste op een miscommunicatie.

De 178 Britse mijnen in staatseigendom maakten praktisch geen winst begin jaren tachtig. Wat moest er gebeuren met mijnen die vol kolen zaten maar die ‘oneconomisch’ waren? Voor Margaret Thatcher was het simpel; allemaal dicht. Het was het begin van de grootste industriële staking in het moderne Groot-Brittannië.

Thatcher won, alle 100.000 mijnwerkers gingen na een jaar weer aan het werk. Binnen tien jaar waren praktisch alle Britse mijnen dicht en was de macht van de vakbonden gebroken. Maar het had heel anders kunnen lopen. Journalisten Beckett en Hencke, auteurs van Marching to the Fault Line, the 1984 miners` strike and the death of industrial Britain, hebben brieven ingezien tussen de hoofdrolspelers van toen. Vlak voor het eind van de staking was een uitgeputte Ian MacGregor, voorzitter van de overheidsinstelling die over de mijnen ging, bijna een akkoord aangegaan dat de mijnwerkers hun zin gaf. ‘De regering kwam er op het allerlaatste moment achter en greep in,’ schrijven de auteurs. Op verschillende eerdere momenten waren overeenkomsten tegengehouden door vakbondsleider Arthur Scargill omdat erin stond dat niet-winstgevende mijnen gesloten konden worden. Scargill zelf hield zich jarenlang stil en schuwde de media. Voor het jubileum van ‘zijn’ staking, heeft hij de aanval nu opnieuw geopend; de staking duurde zo lang omdat de mijnwerkers in de steek zijn gelaten door de Labour partij, andere vakbonden, het volk.

Scargill denkt, net als de meeste oud-mijnwerkers, dat Britse kolen te snel zijn afgeschreven. Thatchers` regering geloofde heilig in de macht van de zelfregulering en de kracht van de markt. Een industrie die geen winst maakte, moest stoppen. Het milieu was daarbij geen overweging. Dave Feickert, oud onderzoeker bij de National Union of Miners, schreef in een ingezonden brief aan The Guardian van 19 maart dat kolen nog altijd de meest essentiële energiebron van Groot-Brittannië zijn en dat de industrie zich groen had kunnen ontwikkelen. ‘Het hele land is de toegang verloren tot een grote bron van fossiele brandstoffen en de schone technologie (..) die we aan het ontwikkelen waren.’ Britse staalfabrieken en energiecentrales gebruiken nog altijd veel kool, geïmporteerd uit Rusland, Zuid-Afrika en Australië. Oud-mijnwerkers geloven dat subsidie van de eigen koolindustrie op termijn goedkoper was geweest dan import en decennia aan uitkeringen.

En dan is er nog een apart feit aan het licht gekomen. De jaarlange staking begon in de Cottonwood-mijn nadat onverwacht bekend werd gemaakt dat deze op korte termijn moest sluiten. Volgens Beckett en Hencke stond Cottonwood helemaal niet op de lijst van te sluiten mijnen. De directeur had een memo verkeerd begrepen.