Naar boven ^^^

U leest: Maarten! Brits populisme; Cameron, de BNP en de tabloids

Correspondent in Londen

Maarten! Brits populisme; Cameron, de BNP en de tabloids

november 2010

Blatcherism, zo noemt oud-parlementslid David Marquand, professor politicologie in Oxford, de Britse mix van populisme en degelijkheid in Groot-Brittannië. Zowel Blair als Thatcher reikten gladjes over hun partijen heen naar de kiezer en wisten zo jarenlang de juiste toon aan te slaan om het volk te paaien. Na dertien jaar van de stralende glimlach van Tony Blair en de spin van zijn PR-adviseur Alastair Campbell, verlangde de Labourpartij naar verandering. Het werd Gordon Brown, een van de minst populistische leiders die het land in lange tijd heeft gehad. Londen verkoos een burgermeester die wel in de Blatcher-traditie past: de conservatieve outsider Boris Jonhson.

David Cameron, weinigen twijfelen er aan dat de huidige oppositieleider die nieuwe premier wordt, heeft ook populistische trekjes. Hij is geen man van het volk maar een rijke jongen, die na Eton en Oxford bijna direct de politiek inrolde. Toch wist hij tijdens het bonnetjesschandaal dat dit jaar de Britse politiek lamlegde, precies de juiste toon aan te slaan. Tientallen parlementsleden, waaronder veel Conservatieven, bleken veel te veel geld te declareren op kosten van de belastingbetaler. Je betaalt het terug of je ligt er uit, maande Cameron zijn partij, waarna zijn populariteit direct steeg in de peilingen.

Daniele Albertazzi, auteur van het boek Twenty-First Century Populism en hoogleraar Europese Media aan de Universiteit van Birmingham, heeft een nauwere definitie van populisme. “Blair en Thatcher waren populair, geen populisten,” vindt hij. Albertazzi’s populist benadrukt de verschillen tussen het volk en de elite en maakt een vijand van mensen die anders zijn dan de eigen groep. Volgens zijn definitie is Brits populisme vooral te vinden bij de extreemrechtse British National Party, bij de anti-Europa partij UKIP en in mindere maten bij de SNP, de Schotse nationale partij.

Dit populisme groeit in Groot-Brittannië. UKIP en de BNP zouden, volgens de meest recente peilingen, tussen de twee en vier procent van de stemmen halen bij de aankomende verkiezingen in juni; beiden hebben meer aanhang gekregen door het bonnetjesschandaal. Maar een andere partij dan Labour of de Conservatieven komt door het politieke stelsel in Groot-Brittannië niet snel aan de macht, en de kiezer weet het. Britten stemmen daarom niet in grote getale op populistische partijen en de media neemt een groot deel van de populistische retoriek voor hun rekening. “Het populisme dat je in Italië bijvoorbeeld ziet bij politici, vindt je in Groot-Brittannië terug in de kranten,” zegt Albertazzi.

De maandenlange berichtgeving in de tabloids over het declaratieschandaal vond plaats in zeer populistische termen. “Ze” lichten het volk op, zijn corrupt en denken alleen aan zichzelf. En verrek, het was nog zo ook! Het hele schandaal was eigenlijk een bittere overwinning voor het Britse populisme.