Naar boven ^^^

U leest: Revu Drinken met zakenmannen

Correspondent in Londen

Revu Drinken met zakenmannen

september 2008

In de Londense City kan alleen alcohol de ellende doen vergeten. ‘What the fuck, we gaan er toch allemaal aan.’

Jim laat zijn pasje zien met zijn linkerhand, een volle pint bier in de rechter. ‘Lehman Brothers,’ staat er onder de foto van een vrolijk lachende bankier. Zondag kwam hij terug van vakantie, maandag bleek zijn werkgever failliet. Nu, half zes `s middags, zit hij aan zijn derde pint bier op het terras van een pub in Canary Wharf, het nieuwe zakencentrum van Londen. Hij steekt de ene sigaret met de andere aan. ‘Het is ieder voor zich,’ is het motto van de 31-jarige bankier (stoppelbaard, lichte Londense tongval). ‘Loyaliteit bestaat niet in de City.’ En hij haalt nog wat biertjes.

Zonder alcohol lukt het hier niet het overname- en faillissementsgeweld te vergeten; de crisis is overal. Boven de kroegen torent het glimmende dertig verdiepingen tellende kantoor van de Lehman Brothers uit. Elke minuut verschijnen de laatste treurige beursberichten op een groot scherm midden op het plein. ‘Iedereen praat over recessie,’ klaagt een meisje uit de verzekeringsbranche met een gin en tonic in haar hand. ‘Dus ga ik na werk drinken om het een beetje te vergeten.’ Drie uur later staat ze een lange man te zoenen tegen de muur van de metrohalte.

De terrassen van Canary Wharf zitten tot laat in de avond vol, ondanks de koude wind. Er wordt druk gebeld, veel gerookt. Hier en daar sneuvelt een glas. Flarden gesprekken vol zakenmannenleed: ‘Ik wilde maandag een nieuwe i-pod kopen, maar nu spaar ik m’n geld op voor het geval ik mijn baan verlies.’

Jim en ex-Lehman-collega Barry (35, pak aan, stropdas af) zitten er best relaxt bij. ‘Wij weten al dat we geen baan meer hebben,’ zegt Jim met een laconieke glimlach. ‘Wij zitten niet met de onzekerheid.’ En hij haalt nog een rondje.

Naarmate de avond vordert, komen meer verhalen los. Barry geeft inzicht in de laatste weken van zijn baan bij Lehman. ‘Vreselijk. Elke dag denderde de aandelen verder naar beneden.’ De maandag van het faillissement stonden de headhunters voor de glazen draaideuren van het kantoor. ‘Aasgieren,’ zegt Jim, met respect. Want het is ieder voor zich, herhaalt hij nog zeker drie keer.

Tegen elven is de pub bijna leeg. Jim is er vandoor, hij is aan het pokeren met vrienden. ‘Pech in je baan, geluk in het spel,’ maakt hij er van. Op de wc vertelt een dronken vrouw op pumps me trots en schor dat ze zojuist haar collega heeft uitgevraagd. ‘Twee jaar lang wilde ik hem maar durfde ik niet. Nu dacht ik, what the fuck, we gaan er toch allemaal aan. Morgen gaan we naar de film.’