Naar boven ^^^

U leest: ‘Hopen dat Cohen aan onze kant staat’

Dagblad de Pers / Artikelen vanaf de binnenlandredactie

‘Hopen dat Cohen aan onze kant staat’

mei 2008

De jonge woonwagenbewoonster Sabina wil haar cultuur redden. 

Dat Job Cohen zich over de woonwagenbewoners ontfermt, dat is haar grote hoop. ‘Hij neemt het vaker voor minderheden op’, zegt Sabina Achterbergh (26) die de Amsterdamse burgermeester in januari kort sprak. ‘Dat kan hij ook voor ons doen.’ Aan de donkerbruine tafel in de wagen van haar moeder liggen pagina’s handtekeningen van kampers die bang zijn dat hun manier van leven binnenkort onmogelijk is. 

‘Er zijn te weinig standplaatsen voor woonwagens en er komen geen nieuwe bij’, legt ze uit. ‘Ik weet niet of mijn kleinkinderen nog in een woonwagen kunnen wonen. En als we niet bij elkaar wonen, verdwijnt onze cultuur.’ Achterbergh besloot dat kampers maar eens van zich moesten laten horen, op een positieve manier. ‘We zijn niet goed vertegenwoordigd. Ik zou niet weten bij welke politieke partij ik zou moeten aankloppen. Dus doe ik het nu zelf.’ Ze begon een landelijke handtekeningenactie voor een beter standplaatsenbeleid.  

Woonwagenkampen staan voor veel mensen gelijk aan wietteelt, belastingontduikers en politie-invallen. Maar voor Achterbergh is het kamp een manier van leven die in gevaar is. ‘Ik leef met mijn familie, iedereen loopt bij elkaar binnen en mijn oma hoeft nooit naar een bejaardentehuis.’ Ze is veel buiten, altijd met neven en nichten, in de zomer vaak lang op pad. ‘Op school kon ik nooit uitleggen wat mij anders maakte. Het is een soort constant familieverband en een gedeelde geschiedenis.’ 

Haar overgrootmoeder was Sinti-zigeunerin, ze laat foto’s zien van een donkere vrouw met zwart haar. Achterbergh zelf is blond. Ze heeft een licht Amsterdams accent en een klein zilveren kruisje om haar nek. Ze maakte de havo af en werkt nu in de horeca en de thuiszorg. 

Nederland telt zo’n dertigduizend woonwagenbewoners, waar negenduizend standplaatsen voor beschikbaar zijn. ‘En dat aantal slinkt’, zegt Thea Reuver van Het Wiel, een tijdschrift voor woonwagenbewoners. Een paar gemeenten, zoals Hoorn en Apeldoorn, bouwt nog altijd nieuwe standplaatsen. In andere plaatsen, zoals Den Haag, willen ze van de kampen af. ‘Deze leefvorm heeft zijn langste tijd gehad’, liet de Haagse wethouder Bouwen en Wonen Norder weten aan de Haagse stadskrant.

Sinds de Woonwagenwet in 1999 werd afgeschaft zijn gemeenten niet meer verplicht plekken voor wagens te creëren. Als er een standplaats verdwijnt, moeten de bewoners een alternatief aangeboden krijgen, meestal een gewone woning. Anders dan bijvoorbeeld in Engeland zijn kampers hier geen officiële minderheid, daardoor wordt hun cultuur niet bij wet beschermd. 

Dat die cultuur voor veel Nederlanders gelijk staat aan onwettigheid en wietkweek probeert Achterbergh los te laten. ‘Dat zijn de enige momenten dat we in het nieuws komen en dat beeld blijft hangen. Ik leef mijn dagelijkse leven en daarin komt geen wapens en geen drugs voor.’ 

Met criminaliteit of reputatie heeft het woonwagenbeleid dan ook niets te maken, legt een ambtenaar woonwagenzaken in Amsterdam uit. ‘Het is gewoon een vreselijke dure woonvorm. Alles bij elkaar kost het zo’n 70.000 euro voor de aanleg van een standplaats. En op één vak passen zes woningen als je de hoogte in bouwt.’ Dat haar woonvorm te duur is, vindt Achterbergh een slap excuus. ‘Dit gaat over een manier van leven. We trekken al niet meer rond, onze kampen zijn het enige dat we nog over hebben.’  

Met de handtekeningen die ze ophaalt wil ze naar burgermeester Cohen. In januari ontmoette ze hem bij de Auschwitz-herdenking in Amsterdam. Achterbergh groeide op met de oorlog en het besef dat bijna de hele familie van haar oma is overleden in concentratiekampen.  

‘Cohen noemde zigeuners expliciet in zijn toespraak bij de herdenking. Ik bedankte hem na afloop en vroeg of hij ook op andere momenten in het jaar aan ons wil denken. Leg eens uit, zei hij.’ Hij nodigde haar uit eens te komen praten, maar ze wil haar actie eerst goed op gang krijgen. ‘Ik wil bij de burgermeester aankomen met veel handtekeningen voor een beter beleid. Als hij aan onze kant staat, volgen er misschien meer.’