Naar boven ^^^

U leest: Belgie: Op safari door de roest van Charleroi

Dagblad de Pers / Reisverhalen

Belgie: Op safari door de roest van Charleroi

augustus 2011

Verlaten fabrieken en de overblijfselen van de grootste Belgische mijnramp ooit. Het klinkt niet als een reden om naar Charleroi te gaan. Maar dat is het wel.

Vanaf de heuvels zie je Charleroi het beste. Met je rug naar de stad kijk je uit over vriendelijke woonwijken, een paar stukjes glooiend groen. Wanneer je je omdraait, ligt daar Marcinelle, een enorme complex van verlaten fabrieken midden in de stad. Na Groot-Brittannië was Charleroi de eerste stad waar de industriële revolutie aansloeg. Tot ver in de vorige eeuw groeide de industrie in de omgeving, door de vraag naar staal, kolen, cokes en glas. Tot een paar jaar terug kwam er nog rook uit enkele van de schoorstenen. Nu niks meer. Te duur om op te ruimen, te oud om te herstellen.

Er staat een hek om de fabrieken zelf, maar het pad langs het kanaal voert vlak langs de bruine torens, opslagplaatsen en rails. ‘Eskimo’s hebben vijftig woorden voor sneeuw,’ zegt gids Nicholas Buissart (31) in gebroken Nederlands. ‘Les Caroloos hebben er vijftig voor roest.’

Lelijkste stad

De heuvels van Charleroi zijn er niet echt, het zijn kolenbergen, zwart afval, waar een laagje groen overheen aan het groeien is. Twee jaar terug werd de stad van 200.000 inwoners door de lezers van de Volkskrant uitgeroepen tot lelijkste stad van Europa. Vroeger was het hier, in Les Pays Noir, nog veel erger, toen waren de heuvels zwart en de lucht boven de stad ook. Sinds de fabrieken stilliggen en tot roestige monumenten van de industriële revolutie zijn vergaan, is de stad opgeknapt. Maar de gebouwen staan er nog.

Voor Nicholas is het een reden om rondleidingen te organiseren. Een vriendin bij de opleiding kunstgeschiedenis in Antwerpen reisde graag naar Oost-Europa om industrieel verval te portretteren. ‘Waarom zo ver weg?’ vroeg hij haar een paar jaar terug. Kende ze zijn geboortestad dan niet? 

Hij nam haar mee langs de lege staalfabrieken en treurige woonwijken en Charleroi Adventure was geboren. Eerst als een parodie op toerisme, nu als baan, want de tours zijn populair. Nicholas rijdt al drie jaar met toeristen door de stad, hij zit naast je in je eigen auto, en wijst een paar uur lang de weg, voor 25 euro per persoon. Naar een veldje met uitgebrande auto’s, langs het huis van Dutroux. Vaak stap je uit voor een wandeling door stukjes van de stad. Zoals in de voorstad Châtelet waar achter een grasveld, door een bos, over een hek, de spookspoorweg ligt. Honderden meters rails en een nooit gebruikt station, gebouwd door een overmoedig stadsbestuur in de jaren tachtig. De roltrappen zijn ingestort, de muren vol graffiti, het spoor, natuurlijk, verroest.

Kunstenaars

Maar Charleroi is geen grauwe stad. In de grote fabriekshal van de 180 jaar oude staalfabriek La Forges de la Providence huizen nu kunstenaars. Aan de enorme muren hangen tekeningen, er staan geschilderde auto’s en kleurige schilderijen. ’s Avonds kun je er dansen, als het niet te koud is, want er is geen verwarming of isolatie. In de hallen op het terrein van de oude kolenmijn Le Bois du Cazier werken een smid en een glasblazer, ze verwarmen hun materiaal op de oude werktuigen. Charleroi staat in de top-10 van Belgische steden waar jonge ondernemers aan de slag gaan; in de chaos en armoede zijn mogelijkheden ontstaan. Charleroi is een verhaal van verbetering, zegt Nicholas. Subsidie van de EU, het aantrekken van nieuwe bedrijven, uitbreiding van het vliegveld. Het station is onlangs opgeknapt, de metro deels in gebruik genomen.

Het fotografiemuseum van de stad heeft zich ontwikkeld tot een van de grootste in zijn genre, met 2.200 m² expositieruimte, deels in een oude fabriek. In Le Bois du Cazier, aan de rand van de stad, is een kolenmijn omgebouwd tot museum. Op 8 augustus 1956 kwam er rook uit de torens die er nu nog staan; een brand in de mijngangen. Van de 274 mijnwerkers konden de dagen die volgden slechts twaalf ontsnappen. In de oude bijgebouwen hangen nu foto’s van de 262 slachtoffers, onder wie 136 Italiaanse gastarbeiders. Op de rest van het terrein is een mooi museum over mijnbouw, zware industrie en brandstofgebruik, met extra ruimte voor de rol van Italianen in Wallonië en een museum over glasblaaskunst.

Bier en hangjongeren

De kunst, de musea en het prachtige roest neemt niet weg dat Charleroi een klein beetje griezelig is. Op straat zie je veel dronkenlappen en hangjongemannen. Als vrouw krijg je flink commentaar als je iets uitdagends doet als door een straat lopen. Regelmatig komt er iemand naast je lopen of zitten met een oneerbaar voorstel. Niet bedreigend, wel vervelend.

Desalniettemin is het de moeite waard een dag of weekend naar Zuid-België te reizen voor een ontdekkingstocht door Charleroi. Het VVV-kantoor geeft geen informatie over Charleroi Adventure. ‘Hij laat lelijke dingen zien’, zegt de gids bij Le Bois du Cazier over Nicholas. Maar de lege fabrieken zijn net zo aantrekkelijk als de lege mijn. Roestig bruin is niet lelijk.