Naar boven ^^^

U leest: De zigeuner die op mannen valt

Dagblad de Pers / Interviews

De zigeuner die op mannen valt

februari 2011

Voor Britse zigeuners bestaat homoseksualiteit niet. Toen Mikey Walsh als zoon van een gewelddadige bokskampioen wist dat hij anders was, moest hij zijn hele leven achter zich laten. Zelfs zijn naam is verdwenen. ‘Shit happens. Ik had geen ander leven gewild.’

Vanaf de dag dat Mikey Walsh vier was, sloeg zijn vader hem in elkaar. Elke dag. Om hem voor te bereiden op het leven dat zou komen. Maar de dertigjarige Mikey die tegenover me zit, is vrolijk en energierijk. ‘Geen spijt, geen bitterheid, dit is het leven dat ik had en dat is goed zo.’ En in dat leven is hij een homo-zigeuner. Een mietje in een lange lijn van keiharde mannen. 

Hij heeft blauwe ogen en gitzwart haar, zoals veel Engelse Romazigeuners. Maar zijn kleren passen meer bij het hippe Oost-Londen, waar hij al jaren woont. Een strakke broek, een losse blouse met een vrolijk, wollen vestje eroverheen. Het boek over zijn vroegere leven, een bestseller in Engeland, komt volgende week uit in de Nederlandse vertaling.

Google ‘homo’ en ‘Roma’ of ‘zigeuner’, en je vindt niks. Er is ontzettend weinig over bekend. ‘Het bestaat niet’, zegt Walsh. ‘Zigeuners zijn nooit homo. Het is een gesloten machocultuur. Ik denk niet dat de vooroordelen sterker zijn dan in andere kleine gemeenschappen, zoals dorpen of religieuze groeperingen. Maar het blijft een taboe. Om er uit te breken moest ik mijn hele leven achterlaten.’ Mikey is dan ook niet zijn echte naam. Hij wil in zijn dagelijks leven anoniem zijn, en wil ook niet dat er foto’s van hem worden gemaakt.

Mikey Walsh was de zoon, kleinzoon en achterkleinzoon van vuistvechters; mannen die bokswedstrijden aangaan met iedereen die ze uitdaagt. Mikey’s familie was de beste van alle Britse zigeuners, generaties lang. En daarom zou de oudste zoon van de kampioen zijn hele leven moeten vechten. ‘Mijn vader wilde me klaarstomen voor dat bestaan en zijn manier was me elke dag tien keer in mijn maag te stompen. Maar ik was geen vechter. Ik won nooit, ik stelde hem altijd teleur en hij bleef op me inslaan. Ergens wist hij dat ik anders was, ver voordat ik het zelf wist.’

Toen hij vijftien was, werd Mikey verliefd op een niet-zigeunerman die hem hielp ontsnappen. Zijn vader joeg nog maandenlang op hem, waardoor de relatie sneuvelde. Mikey stond alleen op straat, zonder contacten, geld, paspoort. Maar hij redde het, leerde zichzelf lezen en schrijven, maakte zijn school af, verhuisde naar Londen, ging naar de toneelschool, werd verliefd en trouwde. Nu is hij docent. Met zijn boek wil hij niet afrekenen met zijn achtergrond, hij wil geen medelijden. ‘Ik wil mijn verhaal vertellen, daarvoor heb ik leren schrijven. En áls er een boodschap is dan is die: je kunt er uit komen, hoe fucked up je leven ook is.’ Hij had geen andere jeugd gewild, zegt hij, en neemt een slok zwarte koffie. ‘Want shit happens, mijn vader deed ook maar wat hij dacht dat goed was.’

Het enige waar hij niet over wil praten is oom Joseph. De zesjarige Mikey ging één dag per week bij hem in de leer in de garage en oom Joseph verkrachtte hem dan. Mikey probeerde het één keer aan zijn vader te vertellen; die sloeg hem genadeloos in elkaar. Hij kon geen kant op en het misbruik duurde jaren voort. De oom is nu dood, de banden met die kant van de familie zijn doorbroken. ‘Het is gedaan. Iedereen heeft zijn eigen vormende klote-ervaringen.’

Ondanks alles blijft Walsh een zigeuner. ‘Ik wil niet meer liegen over wie ik ben, niet over mijn geaardheid en niet over mijn etniciteit.’ Op school moesten de Walsh-kinderen liegen over hun afkomst, later om werk te vinden. ‘Ik zit op Twitter en de reacties van mensen op homofobie zijn hartverwarmend. Als er in de Daily Mail een rotstuk staat over homo’s, staat half Engeland op. Diezelfde mensen, letterlijk, twitteren een dag later flauwe grappen over stomme pikeys en rotzigeuners. Het is een laatste groep waarop het nog altijd prijsschieten is. Ongelofelijk.’

Met het woord ‘zigeuner’ heeft Walsh overigens geen enkel probleem. ‘Politiek-correcte mensen hebben er een taboe van gemaakt. Maar ik bén een fuckin’ zigeuner. Het is iets om trots op te zijn.’

Na jaren stilte heeft Walsh weer contact met zijn familie. Ze weten dat hij homo is en accepteren hem, al komt hij nooit meer in het woonwagenkamp. Zijn moeder ziet hij af en toe. Toen hij trouwde met zijn man, was zijn broer getuige. Zijn moeder kon er niet bij zijn uit angst voor haar man, maar ze bakte een bruidstaart. Ook gaf ze hem haar trouwring, die zijn echtgenoot nu draagt.

Zijn vader zat in de gevangenis toen de paperbackversie van het boek uitkwam. Beetje bij beetje verspreidde het nieuws zich onder de Engelse Roma. ‘Je houdt het niet geheim, het is een hechte gemeenschap’, zegt Walsh, die bang was voor de reactie van zijn vader, die hij nooit meer ziet. ‘Medegevangenen lazen het aan hem voor, want zelf kan hij niet lezen.’

Een paar maanden terug kreeg zijn vader een hartaanval. Vanuit het ziekenhuis belde hij op. Voor het eerst in jaren had Walsh hem aan de lijn. ‘Hij wist van mijn boek. Hij wist dat ik homo was. ‘Je bent dapperder dan onze hele lijn aan mannen bij elkaar’, zei hij. En ‘Ik ben trots op je.’’