Dagblad de Pers / Artikelen vanaf de binnenlandredactie

Sahar moet terug

april 2012

De 14-jarige Sahar woont nu tien jaar in Friesland. Maar haar asielaanvraag is afgewezen en ze moet terug naar Afghanistan, een land waar ze geen herinneringen aan heeft en de taal niet spreekt.

Regels zijn regels. Maar als je tegenover een veertienjarige zit die beter Fries spreekt dan Afghaans, die dichtslaat als ze aan haar geboorteland denkt, die hier op het gymnasium zit en daar nog maar moet afwachten of ze naar school kan, dan lijken die regels nutteloos wreed.

Sahar zit aan een tafel in de kantine van het Stedelijk Gymnasium in Leeuwarden, achter haar hangt een vlag met 'Sahar moet blijven' gemaakt door klasgenoten. Ze draagt een leren jackie, haar lange haar houdt ze met een vlechtje uit haar gezicht, aan haar voeten staat haar schooltas. Ze heeft in anderhalf jaar op het gymnasium nog nooit een onvoldoende gehaald. Of wel, één keer, maar na een herkansing werd dat een tien. Voor Fries stond ze een negen. 'Ik kan het verstaan, niet spreken. Ik beheers het in ieder geval beter dan het Afghaans.'

Terug naar basisschool
De taal van haar ouders snapt ze, maar ze praat terug in het Nederlands. In het asielzoekerscentrum (AZC) waar ze woont, lachen de andere Afghaanse meisjes haar er om uit. Lezen en schrijven gaat sowieso niet in het Afghaans. In Afghanistan zou ze terug moeten naar de basisschool.

Iemand die zo goed kan leren, die kan heus ook de taal leren en opnieuw beginnen, schreef de IND in hun brief aan de familie. Dat maakt Sahar razend. 'Er zijn volgens mij heel weinig scholen voor meisjes daar, je kunt niet makkelijk leren als vrouw.' Hier wil ze chirurg worden. Over haar toekomst daar denkt ze niet. Zoals een tiener dat kan, blokt ze het onderwerp uit, met een geforceerde, licht wanhopige glimlach. 'Ik kan er niet aan denken aan dat land. Echt niet.'

Het gezin Hbrahim Gel kwam in 2000 naar Nederland, op de vlucht voor de Taliban. Haar vader was ingenieur, haar moeder studeerde, Sahar was vier. 'Ik weet niks meer over Afghanistan, echt niks meer.' In 2004 werd de asielaanvraag afgekeurd en trok het gezin naar Zweden om na een paar maanden terug naar Nederland te komen. Ze stonden op straat, sliepen in een bushalte en kwamen uiteindelijk terecht in Sint Annaparochie. Daar wonen ze nu al een tijdje in een caravan op het terrein van het asielzoekerscentrum. Sahars ouders doen al jaren vrijwilligerswerk, haar oudere broer zit in vwo 4, hij praat volgens zijn zusje bijna niet over wat er aan de hand is. De jongste zit in groep 8, en is te jong om het echt te begrijpen. 'Mijn ouders praten er niet echt over met ons. Om ons te beschermen, denk ik.'

Nu het verzoek van de familie opnieuw is afgewezen, zullen ze nog in beroep gaan. Het ligt bij de rechter, vertelt hun advocaat meneer Stieger. Hij benadrukt de dreiging die Afghanistan betekent voor een jonge vrouw. 'De Taliban valt zedelozen aan. Verwesterde vrouwen pikken ze er zo uit, zeker als je de taal niet goed spreekt, zoals Sahar.'

IND
Voor de IND is het geen argument. 'Dit gezin had al in 2004 een definitieve uitspraak van de rechter en kon toen weten dat ze niet in Nederland mochten blijven,' maakt woordvoerder Sander van der Eijk van de IND duidelijk. 'Dat de kinderen vervolgens verwesterd zijn, is de verantwoordelijkheid van de ouders. Die hebben ervoor gekozen om steeds opnieuw asiel te vragen in Nederland en te procederen.' Als steeds dezelfde vraag gesteld wordt, komt steeds hetzelfde antwoord, zegt hij. En dat antwoord is nee, je mag niet blijven. 'Het is geen makkelijke beslissing, maar wel een zorgvuldige.'

Voor Sahar is de redenering moeilijk te bevatten. Wat de IND nooit geloofde, is voor haar een waarheid: het gezin loopt gevaar in Afghanistan. Haar ouders zijn gematigde moslims, haar moeder droeg nooit een hoofddoek. 'Hier draagt ze rokken en jurken. Ik ben bang dat ze vermoord wordt als ze terug moet.'

Advocaat Stieger is het ook niet eens met de IND, om een andere reden dan Sahar. 'Als de IND zegt dat ze steeds dezelfde vraag stellen, wil ik daar tegenin brengen dat het land niet steeds hetzelfde is. Het Afghanistan van 2010 is geen veilig land, en is hoe dan ook weer anders dan het Afghanistan van 2004. Het kan niet dezelfde vraag zijn in deze situatie.'

Het gezin kwam niet in aanmerking voor het Generaal Pardon van 2007 door het korte verblijf in Zweden. Het pardon gold alleen voor hen die tien jaar achter elkaar in Nederland waren geweest. 'Grensgevallen,' heten de mensen in deze categorie. Er zijn volgens vluchtelingenwerk zelfs voorbeelden van mensen die een dagje voor een begrafenis naar Duitsland zijn gegaan, en daardoor buiten de boot vallen. Het is niet duidelijk om hoeveel mensen het gaat, in 2008 waren het er 2500 waarover Trouw bericht.

Twitteren
Wat er met Sahar gebeurt, houdt het hele Stedelijk gymnasium van Leeuwarden bezig. Toen vorige week de definitieve uitslag van de IND kwam, op Sahars veertiende verjaardag, belde ze een vriendin. Die gaf de telefoon door aan andere klasgenoten en binnen no time waren alle meisjes uit de klas aan het huilen. Geschrokken leerlingen en docenten gingen bellen en twitteren over haar verhaal. Er werd een Hyves pagina gemaakt, met nu al meer dan 4000 vrienden.

De Leeuwarder Courant kwam, de Vara en Hart van Nederland. Het werd allemaal wat veel. Een stuk op GeenStijl was niet gemeen, vertelt Sahar, maar de reacties, pfff. Mensen die ze niet kent, maakten online opmerkingen over haar leven, over haar ouders. 'Nare dingen.' Een vriendinnetje kreeg rare mailtjes naar haar Hyvesaccount. Dus hierna is het even genoeg. Het gezin wacht de uitspraak van de rechter af en probeert Sahar bij te blijven met school.

'Kan de discussie nu even stoppen?' wordt opgeroepen op de Facebook siteSahar moet blijven. Het is een heftig onderwerp, en mensen zijn gewend online vanzelfsprekend fel te reageren op stukken over migranten en asielzoeker. Maar dit gaat ook gewoon over een meisje van veertien dat alle comments leest, net als haar actievoerende klasgenootjes. Dus mocht je op dit stuk reageren, doe een beetje voorzichtig.

Regels zijn regels
Het gezin Hbrahim Gel moet zich aanpassen aan het Afghanistan van tegenwoordig, zegt de IND, vertelt advocaat Stieger. Voor Sahar en haar moeder zou dat betekenen dat ze moeten accepteren dat ze voornamelijk thuis moeten blijven, niet naar school of werk kunnen, niet mogen sporten en altijd op hun hoeden moeten zijn.

Regels zijn regels, maar voor deze veertienjarige op hippe gympen is het een onmogelijke situatie. 'Wat heb ik verkeerd gedaan? Ik ben hier opgegroeid. Ik heb niks met Afghanistan.' Ze is bang, zegt ze. Echt heel bang. 'Dat mijn vrijheid wordt afgenomen, dat alles onveilig wordt. Mijn toekomst is hier, ik wil verder leren, ik wil voetballen en zwemmen en werken.' Ze schudt even haar hoofd, zucht diep en ziet er ontzettend veertienjarig uit. 'Het kàn gewoon niet.'

2 december 2010

http://www.depers.nl/binnenland/528598/Sahar-moet-terug.html

Hey opa, jij ook hier

Honderden oorlogsdagboeken uit een predigitaal tijdperk staan sinds deze maand online. Mijn opa en zijn dagelijkse oorlogsleven zijn opeens te googelen.

4. 0ct 1940. 250 dooden. Haarlem gebombardeerd.

5 oct. Met 7-1 gewonnen van B.Z.W.

Derk Rooseboom (1920-1993) hield een dagboek bij in 1940 en 1945. Geen heldendaden, geen onderduikadressen, geen poëtische zinnen. Korte, dagelijkse beschrijvingen van drie jaar oorlog in Nederland en twee jaar als dwangarbeider in Duitsland. Altijd had hij opschrijfboekjes bij zich, waar hij 's avonds zijn observeringen inzette.

Acht jaar terug tikte oma het uit op een typemachine in haar Arnhemse flat. Ze ontcijferde zijn krabbels en zette er hier en daar een voetnoot bij. Voor de kleinkinderen, die een versie kregen in een rood mapje. Want dat wilde hij graag, dat anderen zijn observaties zouden lezen.

10 apr 1941 Ik ben jarig en krijg opslag: f 150,—,

Hongaarse troepen trekken grens Joego-slavië over.

Het hield hem bezig natuurlijk, die oorlog. Maar voetbal ook, en dansen en petoeten (wat een kaartspel blijkt). In het begin wisselen de onderwerpen elkaar af, na een jaar of twee worden de aantekeningen steeds serieuzer.

19 nov. Bij het naar huis gaan na het bridgen, betrapte ik Toet met Duitschen officier. Uit met de vriendschap. Jammer, het was een hartelijk kind.

Oma stuurde een kopietje naar het NIOD, dat het tot haar vreugde opnam in het archief. Nummer zevenhonderdnogwat. En sinds gisteren staat het dagboek online, samen met honderden andere dagboeken, tekeningen en brieven die gedigitaliseerd zijn in een monsterproject van verschillende organisaties met subsidie van het Ministerie van VWS.

Al die collecties geven een beeld van het dagelijkse leven in oorlogstijd. Van de toenemende maatregelen van de Duitsers tegen Joden, de etenswaren die op de bon gingen, de bombardementen. Maar het staat ook vol luchtige informatie. Mijn opa, die ik kende als een serieuze oude man, blijkt een knappe, vrijgezelle twintiger toen de oorlog uitbrak. Hij ging naar de bioscoop met Willie, eten bij Puck, dansen met Elly, Nelly, Ellen en Meta.

16 juni Yvonne was aan de trein, ze had steeds gedacht dat ik zou blijven.

Afijn, niets is eeuwig

Vanaf mei 1943 moet hij als dwangarbeider naar Duitsland, om in Reutlingen achter een draaibank te staan tussen de Russen, Oekraïners, Fransen en Duitsers. Hij neemt de leiding op zich in zijn slaapzaal, organiseert maar weer voetbalwedstrijden, en houdt trouw zijn aantekeningen bij.

4 oct.1944 Lang heb ik gehoopt dat ik dit boekje net nog vol zou schrijven en dan thuis zou zitten. Het boekje is vol, maar we zijn nog niet thuis

Als Reutlingen in mei 1945 wordt bevrijdt, reist hij een poosje mee met de Amerikanen door Frankrijk voor hij terugkomt naar Nederland. Daar ontmoet hij mijn oma en gaat aan het werk. En nu staat hij online, mijn opa die het internet niet heeft meegemaakt, die kwaad werd van de afstandsbediening omdat hij al die knoppen maar niks vond. Googlebaar voor in de eeuwigheid.

21 september 2010

http://www.depers.nl/binnenland/510755/Opa-voor-altijd-googelbaar.html

'Hopen dat Cohen aan onze kant staat'

De jonge woonwagenbewoonster Sabina wil haar cultuur redden.

Dat Job Cohen zich over de woonwagenbewoners ontfermt, dat is haar grote hoop. 'Hij neemt het vaker voor minderheden op', zegt Sabina Achterbergh (26) die de Amsterdamse burgermeester in januari kort sprak. 'Dat kan hij ook voor ons doen.' Aan de donkerbruine tafel in de wagen van haar moeder liggen pagina's handtekeningen van kampers die bang zijn dat hun manier van leven binnenkort onmogelijk is.

'Er zijn te weinig standplaatsen voor woonwagens en er komen geen nieuwe bij', legt ze uit. 'Ik weet niet of mijn kleinkinderen nog in een woonwagen kunnen wonen. En als we niet bij elkaar wonen, verdwijnt onze cultuur.' Achterbergh besloot dat kampers maar eens van zich moesten laten horen, op een positieve manier. 'We zijn niet goed vertegenwoordigd. Ik zou niet weten bij welke politieke partij ik zou moeten aankloppen. Dus doe ik het nu zelf.' Ze begon een landelijke handtekeningenactie voor een beter standplaatsenbeleid.

Woonwagenkampen staan voor veel mensen gelijk aan wietteelt, belastingontduikers en politie-invallen. Maar voor Achterbergh is het kamp een manier van leven die in gevaar is. 'Ik leef met mijn familie, iedereen loopt bij elkaar binnen en mijn oma hoeft nooit naar een bejaardentehuis.' Ze is veel buiten, altijd met neven en nichten, in de zomer vaak lang op pad. 'Op school kon ik nooit uitleggen wat mij anders maakte. Het is een soort constant familieverband en een gedeelde geschiedenis.'

Haar overgrootmoeder was Sinti-zigeunerin, ze laat foto's zien van een donkere vrouw met zwart haar. Achterbergh zelf is blond. Ze heeft een licht Amsterdams accent en een klein zilveren kruisje om haar nek. Ze maakte de havo af en werkt nu in de horeca en de thuiszorg.

Nederland telt zo'n dertigduizend woonwagenbewoners, waar negenduizend standplaatsen voor beschikbaar zijn. 'En dat aantal slinkt', zegt Thea Reuver van Het Wiel, een tijdschrift voor woonwagenbewoners. Een paar gemeenten, zoals Hoorn en Apeldoorn, bouwt nog altijd nieuwe standplaatsen. In andere plaatsen, zoals Den Haag, willen ze van de kampen af. 'Deze leefvorm heeft zijn langste tijd gehad', liet de Haagse wethouder Bouwen en Wonen Norder weten aan de Haagse stadskrant.

Sinds de Woonwagenwet in 1999 werd afgeschaft zijn gemeenten niet meer verplicht plekken voor wagens te creëren. Als er een standplaats verdwijnt, moeten de bewoners een alternatief aangeboden krijgen, meestal een gewone woning. Anders dan bijvoorbeeld in Engeland zijn kampers hier geen officiële minderheid, daardoor wordt hun cultuur niet bij wet beschermd.

Dat die cultuur voor veel Nederlanders gelijk staat aan onwettigheid en wietkweek probeert Achterbergh los te laten. 'Dat zijn de enige momenten dat we in het nieuws komen en dat beeld blijft hangen. Ik leef mijn dagelijkse leven en daarin komt geen wapens en geen drugs voor.'

Met criminaliteit of reputatie heeft het woonwagenbeleid dan ook niets te maken, legt een ambtenaar woonwagenzaken in Amsterdam uit. 'Het is gewoon een vreselijke dure woonvorm. Alles bij elkaar kost het zo'n 70.000 euro voor de aanleg van een standplaats. En op één vak passen zes woningen als je de hoogte in bouwt.' Dat haar woonvorm te duur is, vindt Achterbergh een slap excuus. 'Dit gaat over een manier van leven. We trekken al niet meer rond, onze kampen zijn het enige dat we nog over hebben.'

Met de handtekeningen die ze ophaalt wil ze naar burgermeester Cohen. In januari ontmoette ze hem bij de Auschwitz-herdenking in Amsterdam. Achterbergh groeide op met de oorlog en het besef dat bijna de hele familie van haar oma is overleden in concentratiekampen.

'Cohen noemde zigeuners expliciet in zijn toespraak bij de herdenking. Ik bedankte hem na afloop en vroeg of hij ook op andere momenten in het jaar aan ons wil denken. Leg eens uit, zei hij.' Hij nodigde haar uit eens te komen praten, maar ze wil haar actie eerst goed op gang krijgen. 'Ik wil bij de burgermeester aankomen met veel handtekeningen voor een beter beleid. Als hij aan onze kant staat, volgen er misschien meer.'

21 mei 2008

http://www.depers.nl/binnenland/203825/Hopen-dat-Cohen-aan-onze-kant-staat.html