Vrij Nederland

Gewoon geen nieuws

december 2011

Het kwam op het juiste moment. Ik nam een mogelijk eeuwige break van mijn leven als journalist, maar bleef als een getraind hondje de nieuwssites volgen. Breaking news! Snel, tv en computer aan. Fantastisch, al die beweging, vond ik. Altijd iets te doen. Altijd ergens bij betrokken. Als ik de krant niet las ‘s ochtends, knaagde dat. Als ik een paar uur verstoken was informatie, begon ik nieuwsgierig te worden naar wat ik miste. En tegelijkertijd raakte ik steeds vaker geïrriteerd. Stomme politici, irritant gehypt onderzoek, berichten die je de hele dag herkauwd langs ziet komen.

Toen bracht NRC Next opeens een opvallend essay op een donderdagochtend. Elf pagina’s lang stond daar een vertaling van Avoid News, het relaas van ene Rolf Dobelli (1966), een Zwitsers schrijver. We zijn verslaafd aan nieuws, schreef hij. Hou ermee op. Nieuws is als suiker, het geeft even een kik maar uiteindelijk wordt je er ziek en dik van. Door de continue nieuwsstroom, het altijd aanwezige bombardement van korte berichten, raakt je geest verstopt. Je concentratie vermindert, je wereldbeeld raakt verknipt en je tijd op.

Ik voelde me in eerste instantie een beetje aangevallen. Nieuws is belangrijk meneer de Zwitserse snob, mompelde ik naar de krant. Maar zijn betoog maakte me ook nieuwsgierig. Het nieuws zoals we dat nu kennen, is gemaakt voor verslaafde geesten, stond er. Het grijpt je aandacht, daar is het voor gemaakt, voor een diepere laag is zelden ruimte. Langdurige processen, die vaker dan kortstondige gebeurtenissen de loop van de geschiedenis bepalen, krijgen buitenproportioneel weinig aandacht.

Dobelli is niet de enige die zich zorgen maakt over onze nieuwsconsumptie. De Amerikaanse auteur David Schenk bedacht al in 1997 de term data smog voor de hoeveelheid informatie waar we dagelijks aan bloot staan. De Britse journalist Nick Davies’ fascinerende Flat Earth News (in Nederland verschenen als Gebakken lucht) is één grote waarschuwing tegen nieuws in de huidige vorm. Het wordt geproduceerd met te weinig tijd voor nauwkeurigheid, met te veel belangen, te veel korte bochten, en vooral door heel veel van elkaar na te kauwen. Op de site van Time Magazine woedt een discussie of de constante informatiestromen ons depressief maken.

Terwijl ik vertwijfeld mijn koffie dronk, denderde het essay van Dobelli door; vijftien redenen gaf het waarom ik op moest houden met nieuws. Dat wat nieuws is en dat wat belangrijk is in je eigen leven, staat op geen enkele manier in verhouding met elkaar, stond er. Je lichaam wordt er zelfs gespannen van, las ik terwijl ik mijn opgetrokken schouders geforceerd naar beneden duwde. Nieuws is hoogstens entertainment. Meer niet. En kijk eens hoeveel tijd je er aan kwijt bent! Maar het is toch goed om te weten wat er speelt? piepte ik. Weet je dat dan echt? Vroeg het essay. Of weet je alleen wat toevallig in het nieuws terecht komt? Het is een algemeen bekend feit, dat als een essay tegen je begint te praten, je moet handelen.

Dus ik ging braaf na hoeveel tijd ik er aan kwijt was. Elke ochtend de Volkskrant, in de auto radio 1 aan, online een paar keer per dag Nederlandse en buitenlandse sites checken. Er zat een ANP-app op het beginscherm van mijn mobiel. Dan bladerde ik ‘s middags het NRC door en om 20:00 of zag ik het journaal, later misschien nog een talkshow. Een uur per dag, minstens. Meer als ik over nieuws nadacht, me ergerde, de linkjes volgde in artikelen naar grappige filmpjes of afgeleid werd door de reacties onder een online stuk. Twee uur dus wel soms. Zeven tot veertien uur per week. Achtentwintig tot zesenvijftig uur per maand. 360 tot 730 uur per jaar.

*

Ik stopte, cold turkey. Geen kranten meer, geen journaal en geen praatradio. Online zapte ik niet meer steeds naar nieuwssites. Want dat deed ik vaak. Even snel checken, even kijken of er iets is gebeurd, hoe een verhaal zich ontvouwde. Ik ontvriendde de nieuwssites op Facebook, waardoor de updates die langskwamen alleen van echte mensen waren. Ik zette muziek op tegen de stilte.

De eerste dagen waren best verwarrend. Ik had het idee dat er iets miste, dat ik iets miste. Er gebeurden dingen in de wereld en ik wist van niks. Het was alsof ik moest breken met een clubje vrienden. De sites die ik zo goed ken, de analyses, de gekke berichtjes. Ze gingen zonder mij door.

Al snel merkte ik dat er tijd vrijkwam. ’s Ochtends bij het ontbijt had ik opeens een kwartier om te lezen. Iets niet-nieuwsigs. Ik heb tijdens mijn experiment van ruim twee maanden, drie boeken gelezen met de tijd die ik anders gaf aan kranten. Soms pakte ik een rondslingerende Donald Duck waarmee ik dus niks nuttigs deed met mijn extra minuten. Aan het eind van mijn experiment mailde ik Rolf Dobelli. Is het niet onzinnig als ik met de gewonnen tijd stripjes lees? ‘Natuurlijk niet,’ kwam het antwoord. ‘Je hoeft je tijd niet te vullen met diep intellectuele content. Blijf maar gewoon weg van het nieuws, wandel in het park, ruik de bloemen, en dan ben je al een stuk beter af dan wanneer het nieuws dagelijks je werkelijkheid verstoort.’

De dagelijkse ergernis nam inderdaad al snel een beetje af. Het leven blijft een ergerlijk geheel natuurlijk, maar het specifieke nieuws en media gerelateerde deel viel weg. De zuigerige toon van presentatoren Tijs van den Brink of Lara Rense die tegen me praten in de auto zijn voor mij al een paar jaar de reden dat ik mensen aan wil rijden. Een CD opzetten onderweg bleek een redelijk concrete oplossing. Had ik eerder kunnen bedenken. Maar ik moest het idee loslaten dat ik dan iets zou missen. Een bijkomend voordeel zijn de reclames die je mist. Dat zijn ook velen minuten aan irrelevante afleiding die toch je aandacht trekt.

*

Af en toe miste ik iets stevigs. In mijn eerste nieuwsvrije dagen hadden verschillende mensen om me heen het opeens over ‘Doe eens normaal man.’ Daar moest ik uitleg over vragen en toen hoorde ik over een uit de hand gelopen debat met Wilders en Cohen. De opkomst van de Occupy Movement is langs me heen gegaan. Ook nu ik het nieuws weer volg, snap ik niet helemaal wat er gebeurd is. Artikelen gaan verder waar ze waren gebleven, ik voel me een beetje buitengesloten. Net als bij het laatste hoofdstuk van de Eurocrisis. Die heb ik niet stap voor stap zien gebeuren en nu vind ik geen aansluiting.

Geen nieuws volgen neigt naar egoïsme, dat gevoel bekroop me na een maand zonder. Alsof de wereld in brand staat en je met je vingers in je oren vrolijk door een wei met bloemetjes huppelt. De oplossing was meer mijn best te doen voor diepere informatie. Ik begon elke week de New Yorker te lezen, een van de beste tijdschriften ter wereld, dat meestal ongelezen in een hoekje van de woonkamer naar me staarde. Zo’n magazine eens per week lezen, met tienpagina lange stukken over Egypte of de Tea Party, gaf meer rust en meer kennis dan wat ik gemiddeld bij elkaar zapte online.

Soms is nieuws zo acuut dat je het niet kunt missen als je in de bewoonde wereld leeft. Toen Khaddafi werd gevonden en vermoord, was ik op vakantie in Azië. Achter de kassa van een supermarkt in een middelgrote stad in Laos, zag ik zijn lichaam op een kleine zwart-wit tv. Het was het soort beeld, het lijk van een dictator, dat echt indruk maakte. ‘Heb je Khaddafi gezien?’ is me drie keer gevraagd door vreemden. Dus ja, dat had ik.

Kleiner nieuws dat me wel is ontsnapt, is Mauro. Toen die naam in verschillende facebook updates langskwam, vroeg en kreeg ik uitleg. De meeste andere mensen doen namelijk niet aan een nieuwsdieet. Aan vrienden kun je vragen wat je mist. Het is een leuk gespreksonderwerp en je hoort nieuws geselecteerd en geïnterpreteerd door mensen die je kent en vertrouwd. En daar stuiten we op een kleine vormfout in de wereld van het nieuwsdieet: het werkt alleen als andere het nieuws nog wél volgen. 

*

Tegen het eind van mijn nieuwsluwe bestaan, werd ik nieuwsgierig. Hoe lang zijn mensen al zo intens bezig met nieuwtjes als wij tegenwoordig? Is nieuws nieuw? Nou nee, vertelde Professor Frank de Vree van de Universiteit van Amsterdam. Elke gecompliceerde samenleving heeft nieuws. De Romeinen hadden kranten met de laatste nieuwtjes over de oorlog en de politiek. Dat viel weg in de vroege middeleeuwen maar zodra er weer internationale handel en postroutes ontstonden, verschenen er weer kranten. ‘De behoefte aan nieuws zit in onze natuur. Het is een antropologische conditie dat we nieuwsgierig zijn. In een gesloten dorps- of stamomgeving heb je nieuws; roddels. Het is ook vaak noodzakelijk op de hoogte te zijn van wat er speelt in het land waar je handel mee drijft.’

Wat verandert is de snelheid, de beschikbaarheid en de prijs van nieuws en media. Door de drukpers, de telegraaf, de spoorwegen, de telefoon, toen door de satelliet, de kabel, het internet en vervolgens het snélle internet. Nu heb je een permanente nieuwsstroom. En het stapelt zich op, zegt mediaexpert Piet Bakker. ‘Elke keer dat er een nieuw medium komt, denken we dat een ander verdwijnt en nooit gebeurt dat. We hebben nu kranten, weekbladen, radio, televisie, internet, Ipads.’

Bakker kent ook onvrijwillige experimenten met nieuwsontwenning; stakingen in de jaren veertig bij de redactie of drukkers van de krant. ‘Mensen gingen oude kranten lezen, wisten zich geen raad.’ Dat ging niet om het nieuws, maar om het medium. ‘Het gaat veel krantlezers om het ritueel, de gewoonte, het praten erover met anderen.’

Het is toch een beetje een luxe, je afkeren van het dagelijks nieuws, vinden beide experts. ‘Je kunt wel zeggen dat het slecht is, of zinloos, maar dat is wel meer,’ zegt Bakker. ‘Je eet ook niet alleen bonen om te overleven, het moet lekker zijn. Hangen, zappen, kleine nieuwsberichtjes lezen, vinden mensen fijn.’ 

Dat vind ik ook. Het is fijn om tussen het werken door even kleine berichtjes te verorberen. Na vijftien minuten werken, lokt het web weer. De miserabele concentratiespannen van een onrustige dertiger is een ander verhaal natuurlijk.

Al hangt het met elkaar samen, denkt Dobelli. ‘Er zijn veel mensen die me verteld hebben dat ze gestopt zijn met nieuws naar aanleiding van mijn essay. Er is duidelijk een diepe behoefte om anders om te gaan met de informatiestroom in onze levens. En die behoefte is breder. Het gaat om leven met minder afleiding. Dus ook qua email, achtergrondmuziek in het winkelcentrum, dat soort dingen.’

De Zwitser is nu twee jaar nieuwsvrij. Hij staat zichzelf inmiddels vijf minuten nieuws per week toe, mailt hij. ‘In vergelijking met mijn collega’s die zich constant druk maken over de eurocrisis, leef ik een kalm leven. Ik weet dat de meeste dingen die gebeuren op de beurs irrelevant zijn voor mijn leven. Andere zaken, die niet in de media voorkomen, zijn dat wel. Zoals welke boeken ik lees, met wie ik praat en hoe mijn geest werkt.’ Hij is minder snel afgeleid, rustiger, heeft meer tijd, denkt dieper na en heeft diepere inzichten.

Na twee maanden kan ik dat nog niet beamen. Maar ik heb inderdaad meer tijd, dat is waar. Ik kijk kritischer naar het nieuws. Na weken zonder, valt het op wanneer een item volledig zinloos is. ‘Drie doden bij brand bejaardentehuis Sydney,’ ving ik op. Niks aan dat bericht, dat verscheen op alle grote nieuwssites, heeft enige relevantie voor mensen buiten Sydney. Of ‘Frank Sinatra speelde in pornofilm.’ Tja.

Verder heb ik iets meer concentratie. De eerste keer dat ik de elf pagina’s van het Avoid News-essay las, ging het met horten en stoten. NRC Next wist dat dat ging gebeuren en zette aansporingen onderaan de pagina’s: ‘Je bent er bijna! ‘Nog even!’ Een beetje kinderachtig, maar pijnlijk noodzakelijk. Toen ik na mijn nieuwsdieet Dobbelli’s stuk opnieuw las, keek ik pas na 5,5 pagina’s op van mijn bureau. Dus dat is goed nieuws.